*/1

Strakke structuur
De leerwerkboeken bestaan uit verschillende thema’s met elk dezelfde opbouw en structuur. Aan de hand van gevarieerde impulsen zoeken leerlingen ­antwoorden op levensbeschouwelijke vragen. Kennis staat in functie van levensbeschouwelijke groei. De groene kleur duidt aan: dit is de kern van de les, dit wordt van mij verwacht.

Facet eerste graad
Leerwerkboek

Facet 1 Tijd

Impulsen met een sterke didactiek
Variatie in impulsen en activerende werkvormen zorgen ervoor dat elke les anders is. In de les Tijd heeft heel wat mogelijkheden is een eenvoudig spel rond (de) tijd de basis om tot inzichten te komen. De verwerking gebeurt in het leerwerkboek: de inhoud wordt samengevat en herhaald.
Naast deze creatieve manieren om de leerlingen bij de les te houden, is er ook aandacht voor beelddidactiek, variatie in aanpak van Bijbelverhalen,
kaartjesopdrachten...

Mogelijkheden om te differentiëren
Om tegemoet te komen aan de grote diversiteit ­binnen de eerste graad is het gebruik van de kaarten, fotomateriaal, zoekkaarten uit de materialendoos een aanrader. Maar ook in het leerwerkboek zelf is gedacht aan mogelijkheden om te differentiëren.

Taal
De zinsbouw en het woordgebruik zijn eenvoudig en geschikt voor bso-leerlingen. Begrippen typisch voor de godsdienstles omschrijven we op een heldere manier. Dit principe wordt in de hele reeks toegepast.
Alle ingrediënten van de drie perspectieven bij elk terrrein zijn opgenomen.

Transparante evaluatie
De leerplandoelen zijn vertaald in lesdoelen die per thema opgenomen zijn in de handleiding. Voor de leerlingen is helder beschreven wat van hen verwacht wordt in de ik kan-omschrijvingen.

Levensbeschouwelijk dagboek
In de eerste graad is er een dagboek geïntegreerd in het leerwerkboek. Het zet leerlingen aan om rond concrete vragen en creatieve opdrachten te reflecteren. Het dagboek is geënt op de drie terreinen van het leerplan.

Facet 2 Mijn dagboek

Interlevensbeschouwelijke competenties
In zowat elk thema komt het werken aan inter­levensbeschouwelijke competenties aan bod. In de eerste graad is er een impliciet parcours: we geven aan welke mogelijkheden er zijn om projectmatig te werken én in de handleiding staat een verwijzing naar de competenties waaraan we werken binnen de les.

Vanaf de tweede graad is er naast een impliciet ook een expliciet parcours. In de forumgesprekken die opgenomen zijn in de leerwerkboeken werken we expliciet aan de competenties (zonder de terreindoelen uit het oog te verliezen).